23-05-2006 Raadsvergadering: Het ROA, gedragscode gemeenteraad en steunfractieleden


               

       

Onderwerp: Het ROA

Bijdrage eerste termijn van mevrouw Vissers-Koopman (Z.O.G.): wij gaan ook akkoord met de wijziging in de gemeenschappelijke regeling. Naar aanleiding hiervan heb ik een vraag. Op 6 juni 2006 vindt de eerste vergadering van de ROA-raad in nieuwe samenstelling plaats. Het dagelijks bestuur moet dan worden benoemd. Als gemeenteraad weten wij nog steeds niet wie vanuit het college van Zaanstad zitting zal nemen in het dagelijks bestuur van het ROA.
Het is een vreemde gewaarwording als wij daar straks zitten en we weten niet wie namens Zaanstad in het dagelijks bestuur van het ROA komt. De opzet vanuit het ROA is om de gemeenten er meer bij te betrekken. Er zijn wat denkmodellen in die richting. De afgelopen jaren is vanuit de ROA-raad slecht teruggekoppeld. Toen het nog spannend was hadden we een aparte ROA-commissie. Daaraan was op een gegeven moment geen behoefte meer. Het betekent niet dat we nu helemaal niets moeten weten.
Het ROA drijft ook op portefeuillehoudersoverleggen, voorafgaande aan commissievergaderingen en vergaderingen van de regioraad. Het zou van belang zijn dat de portefeuillehouders hun standpunten terugkoppelen naar de desbetreffende commissies en met name naar de raadsleden uit Zaanstad, die zitting hebben in de ROA-raad. Ik heb hierop graag een antwoord van het college.

Onderwerp: Gedragscode gemeenteraad en steunfractieleden

Bijdrage eerste termijn mevrouw Vissers-Koopman (Z.O.G.): in een memo van 21 april 2004 staat een interview met de vorige vertrouwensvrouw. Zij heeft voorgesteld om de procedure van klachten, naast de rol van de vertrouwenspersoon, te formaliseren. Daarbij is het instellen van een klachtencommissie als goed idee genoemd. En klein groepje dat niet tot de raad behoort zou dan de klachten onderzoeken en het presidium of raad adviseren.
Het is nu misschien niet de gelegenheid om dit uit te discussiëren, maar ik wil er wel aandacht voor vragen. Mogelijk kan hierover tijdens de conferentie worden gesproken of tijdens een vergadering van het presidium. Misschien hebben partijen wel de behoefte om erover na te denken.
Wij hebben de gedragscode eerder vastgesteld. ROSA heeft eerder een motie ingediend om na te gaan of ook sanctiemogelijkheden zijn toe te passen. De griffie heeft zich goed georiënteerd en heeft veel informatie verzameld. In de vorige periode was in het presidium algemeen het gevoelen: wat is het nut van sancties, laten wij het maar doorschuiven naar de nieuwe raad. Een en ander was dusdanig van aard dat we zeiden: het stelt niets voor. Ik heb ook horen praten over fatsoensnormen. Dan vraag ik mij af: wat is de definitie van fatsoen? Het is hoe je bent opgegroeid. Een telg van de ChristenUnie zal anders zijn opgevoed dan een telg van de SP. Het fatsoensbeeld van ieder persoon is bij de een ruimer dan bij de ander.

De heer Poldner (SP): dat betwijfel ik.

Mevrouw Vissers-Koopman (Z.O.G.): ik noem even een voorbeeld; u moet niet zo serieus doen. Ieder mens is in het eigen huisgezin opgegroeid met eigen fatsoensnormen en waarden. Anderen, vooral raadsleden die nogal betweterig zijn, moeten niet over een ander oordelen. Wij hebben de gedragscode. We hebben de Gemeentewet, die leidend is voor de gemeenteraad en de gemeenteraadsleden. Wie zijn wij dan om sancties te willen stellen? Welke afwegingen worden dan gemaakt? Kan dit leiden tot willekeur?
We hebben in het presidium ook gezegd, dat de sancties de waarde hebben dat je als een kleuter de hoek in wordt gestuurd.
Over het fatsoen nog even het volgende. Ik weet nog goed dat er een aantal jaren geleden een fractievoorzitter was die er een sport van maken om alles wat wij zeiden uit de context en het verband te halen. Hij ging het op zijn manier herhalen. Op een gegeven moment zei ik in deze raad: mijnheer Huppeldepup, u kletst uit uw nek.
De raad en de voorzitter zeiden: Foei, mevrouw Vissers; dat mag u niet zeggen. Dat hoort niet zo.
Recent heeft Wouter Bos in de Tweede Kamer gezegd "die kletst uit zijn nek". Zie je wel: het mag toch wel. Als Wouter Bos het mag, dan mag ik het ook.

De heer Groen (PvdA): sterker nog, hij heeft het van u afgekeken.

Mevrouw Vissers-Koopman (Z.O.G.): de Kamervoorzitter vond het netter als zou zijn gezegd: die mijnheer praat uit zijn achterhoofd. Dit even ter decoratie.
Wij zullen het amendement van het CDA en de ChristenUnie steunen. 

                           


                     
                      
« Terug









Last updated: 06-14-2006

Created with EasyPage